EXAMENREGLEMENT GWENDOLINE VAN PUTTENSCHOOL

INHOUD

  1. Algemene bepalingen
  2. Inhoud van het eindexamen
  3. Regeling van het eindexamen
  4. Centraal examen
  5. Uitslag, herkansing en diplomering
  6. Overige bepalingen


    A. ALGEMENE BEPALINGEN

  1. EXAMENREGLEMENT naar inhoudsopgave
    1. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen ter uitvoering van het schoolexamen en het Centraal Examen(CE) alsmede een aantal inhoudelijke bepalingen.
    2. Het examenreglement wordt vastgesteld door het bevoegd gezag.
    3. Het examenreglement treedt in werking op 1 oktober 2018. Het examenreglement heeft een geldigheidsduur van 1 jaar.
    4. Indien daartoe aanleiding is, kan het bevoegd gezag het reglement tussentijds wijzigen.

  2. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN naar inhoudsopgave
    Bevoegd gezag
    Het schoolbestuur van de Gwendoline van Putten school.
    Examinator
    degene die is belast met het afnemen van het examen.
    Examenstof
    de aan de kandidaat te stellen eisen.
    Examendossier
    het geheel van de onderdelen van het schoolexamen.
    Examenvak
    vak waarvan door de wetgever het examenprogramma is vastgesteld en dat wordt afgesloten door middel van een schoolexamen en/of een Centraal Examen.
    Handelingsopdrachten
    overige opdrachten in het kader van het examendossier die met een voldoende moeten worden afgesloten. Deze opdrachten dienen voor het examen alle aan de omschrijving “naar genoegen” te voldoen. Voor de vakken lichamelijke opvoeding en CAV dient de prestatie van de kandidaat te voldoen aan de omschrijving “voldoende” of “goed”.
    Kandidaat
    een ieder die door het bevoegd gezag tot het eindexamen wordt toegelaten.
    Praktische opdrachten(PO)
    onderzoeksopdrachten in het kader van het examendossier die met een cijfer worden beoordeeld.
    Profielwerkstuk(PWS)
    is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
    Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA)
    praktische invulling per vak van het schoolexamen. In het PTA staat over welke stof welke toetsen op welke wijze worden afgenomen, de maximale tijdsduur van de toetsen, het gewicht van het cijfer van de toetsen en welke toetsen herkansbaar zijn.
    Schoolexamen(SE)
    examen van HAVO leerjaar vier en vijf en VMBO leerjaar drie en vier als een geheel, waarvoor de school verantwoordelijk is en waarin het examendossier gevuld wordt.
    CSPE
    Centaal Schriftelijk en Praktijk Examen voor VMBO BB en KB
    Theorietoetsen
    zowel schriftelijke als mondelinge toetsen in het kader van het examendossier die met een cijfer worden beoordeeld.
    Voortgangstoetsen
    toetsen over een deel van de stof van een theorietoets. Het cijfer van de betreffende theorietoets wordt bepaald door het gewogen gemiddelde van de betreffende voortgangstoetsen.

  3. TOELATING TOT HET EINDEXAMEN naar inhoudsopgave
    1. Het bevoegd gezag stelt de leerlingen uit het vierde leerjaar van het VMBO en het vijfde leerjaar van het HAVO, in de gelegenheid, ter afsluiting van de opleiding, een eindexamen af te leggen.

  4. AFNEMEN EINDEXAMEN naar inhoudsopgave
    1. De examinatoren nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af.
    2. De directeur is voorzitter van de examencommissie en benoemt een examensecretaris.

  5. INDELING EINDEXAMEN naar inhoudsopgave
    1. Het eindexamen bestaat uit twee delen:
      • het schoolexamen (SE)
      • het Centraal Examen (CE)
    2. Waar in dit reglement sprake is van “het (eind)examen”, dient daaronder verstaan te worden zowel het SE, als het CE.
    3. De vakken waarin examen kan worden gedaan zijn vermeld in het PTA.

  6. ONREGELMATIGHEDEN naar inhoudsopgave
    1. Indien een kandidaat zich aan enig deel van het SE, of van het CE onttrekt, of zich ten aanzien van enig deel van het SE, of van het CE aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de directeur maatregelen treffen tegen deze kandidaat.
    2. Indien de examinator of surveillant constateert dat een kandidaat zich met betrekking tot enig onderdeel van het SE schuldig maakt of gemaakt heeft aan enige onregelmatigheid, neemt hij geen maatregelen maar stelt onmiddellijk de directeur en/of examensecretaris op de hoogte van deze onregelmatigheid. De examensecretaris maakt onmiddellijk schriftelijk melding van iedere onregelmatigheid bij het SE (zie artikel 6) en rapporteert deze aan de directeur. Bij constatering van een onregelmatigheid wordt de leerling direct op de hoogte gesteld. De leerling krijgt gelegenheid om verder te werken, het tot dan gemaakte werk van de leerling kan worden ingenomen. De directeur en/of examensecretaris beslissen over de te volgen gedragslijn.
    3. De in het eerste lid genoemde maatregelen, die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
      • het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het SE of het CE,
      • het ontzeggen van deelname of verdere deelname aan één of meer zittingen van het SE of het CE,
      • het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het SE of het CE,
      • het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur aan te wijzen onderdelen.
      Indien het hernieuwd examen, bedoeld in de vorige volzin, betrekking heeft op één of meer onderdelen van het CE, legt de kandidaat dat examen af in het volgende tijdvak van het CE, dan wel ten overstaan van de staatsexamencommissie.
    4. Alvorens een beslissing ingevolge het derde lid te nemen, zal de directeur overgaan om de kandidaat te horen. Bij het gesprek kan de kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan, bijvoorbeeld door de mentor. De directeur deelt zijn beslissing binnen vijf schooldagen na de onregelmatigheid mee aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. De schriftelijke mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat, indien deze minderjarig is, alsmede aan de inspectie. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in art. 6.5.
    5. De kandidaat kan tegen beslissingen van de directeur als bedoeld in het vierde lid voor appel gaan bij de door het bevoegd gezag van de school ingestelde Commissie van Appel. Zie artikel 7.
    6. Indien een kandidaat of een surveillant onregelmatigheden vaststelt tijdens de afname van het schoolexamen, stelt hij de directeur daarvan zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen drie schooldagen na de onregelmatigheid, op de hoogte.

  7. COMMISSIE VAN APPEL, COMMISSIE VAN BEROEP SE en COMMISSIE VAN BEROEP CE naar inhoudsopgave
    1. De Commissie van Appel bestaat uit:
      • de afdelingsleider,
      • de examensecretaris
      • de bij het betreffende (onderdeel van het) SE betrokken examinator, tenzij het de examinator is die een klacht heeft ingediend.
      • één van de examinatoren.
    2. De Commissie van Appel komt bij elkaar nadat een kandidaat schriftelijk kenbaar heeft gemaakt het niet eens te zijn met een maatregel/genomen besluit van de directeur/examensecretaris (zie artikel 6). De kandidaat heeft 5 schooldagen nadat de maatregel/het besluit (zie artikel 6) is medegedeeld de tijd om schriftelijk te reageren. Uiterlijk binnen 5 schooldagen na de datum waarop schriftelijke reactie is binnengekomen komt de Commissie van Appel bijeen. Uiterlijk drie schooldagen nadat de Commissie van Appel bijeen is gekomen, wordt het besluit schriftelijk medegedeeld aan de kandidaat en ouders/verzorgers (als de kandidaat onder de 18 jaar is)
    3. Tegen beslissingen van de Commissie van Appel kan binnen drie schooldagen schriftelijk beroep worden aangetekend bij de Commissie van Beroep.
    4. De Commissie van Beroep voor het SE is als volgt samengesteld:
      • 1 lid vanuit de schoolleiding
      • 1 lid vanuit de geleding ouders in de Medezeggenschapsraad
      • 1 lid vanuit de geleding docenten
      • een door de leerling aan te wijzen docent (deze moet al in de brief worden aangegeven).
      De betreffende examensecretaris is adviseur van de Commissie van Beroep.
    5. De Commissie van Beroep voor het SE stelt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag procedures vast voor het horen van de partijen, de besluitvorming en de verslaglegging. De Commissie van Beroep vergadert voltallig en beslist bij meerderheid van stemmen. Het beroep wordt binnen drie schooldagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de Commissie van Beroep voor het SE ingesteld. De Commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen tien schooldagen inzake het beroep, tenzij zij de termijn, met redenen omkleed, heeft verlengd met ten hoogste twee weken. Uitspraken van de Commissie van Beroep voor het SE zijn bindend voor alle partijen. De Commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen. De Commissie deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat, ouders/verzorgers (als de kandidaat onder de 18 jaar is) de directeur en de inspectie.

  8. GEHEIMHOUDING naar inhoudsopgave
    1. Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit reglement en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
    2. Voorst moet een ieder die betrokken is bij de bij de afname van de digitale examens en de CSPE’s van VMBO BB en KB, voor de afname en of inzage van deze examens een protocol van geheimhouding ondertekenen.

    B. INHOUD VAN HET EINDEXAMEN

  9. EXAMENPROGRAMMA naar inhoudsopgave
    1. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het CE, respectievelijk het Bevoegd Gezag voor het SE, stellen voor elk van de onderwijssoorten de examenprogramma’s vast, waarin is opgenomen:
      • een omschrijving van de examenstof voor ieder eindexamenvak,
      • welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke examenstof het schoolexamen zich uitstrekt en
      • het aantal en de tijdsduur van de toetsen van het CE.

  10. KEUZE VAN DE EINDEXAMENVAKKEN naar inhoudsopgave
    1. De kandidaten kiezen, met inachtneming van het bepaalde in het Eindexamenbesluit VO BES in welke vakken zij eindexamen willen afleggen. Voor de kandidaten geldt deze keuze voor zover het bevoegd gezag hen in de gelegenheid heeft gesteld onderwijs in die vakken in de periode van het schoolexamen te ontvangen.
    2. Het bevoegd gezag kan kandidaten toestaan om examen te doen in meer vakken dan in de vakken die ten minste een eindexamen vormen.

    C. REGELING VAN HET EINDEXAMEN

  11. EXAMENREGLEMENT EN PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING naar inhoudsopgave
    1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een programma van toetsing en afsluiting (PTA) vast. In het PTA wordt aangegeven welke onderdelen van het examenprogramma in het schoolexamen worden getoetst, de verdeling van de examenstof over de toetsen van het schoolexamen, de wijze waarop het schoolexamen wordt afgesloten, alsmede de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat tot stand komt.
    2. Het examenreglement en het PTA worden door de directeur voor 1 oktober toegezonden aan de inspectie.
    3. Elke kandidaat ontvangt voor 1 oktober een exemplaar van het PTA voor het betreffende leerjaar voor elk vak waarin hij eindexamen doet. De directeur kan in bijzondere omstandigheden wijzigingen in het PTA aanbrengen. Deze wijzigingen worden gemeld aan de inspectie voor het onderwijs.

  12. SCHOOLEXAMEN (SE) naar inhoudsopgave
    1. Het bevoegd gezag stelt de kandidaten in de gelegenheid voor de vakken waarin zij wensen deel te nemen aan het CE, het SE af te sluiten voor aanvang van het CE.
    2. Het SE vindt plaats in de leerjaren 3 en 4 van het VMBO en in de leerjaren 4 en 5 van het HAVO.
    3. De kandidaten nemen deel aan het SE voor alle vakken die behoren tot het gekozen vakkenpakket.
    4. Het SE omvat de stof zoals vermeld in het PTA.
    5. Het SE voor een vak dat wordt geëxamineerd in het CE wordt tenminste één week voor de aanvang van het CE afgesloten.
    6. De kandidaten zijn verplicht deel te nemen aan alle theorietoetsen, alle praktische opdrachten te maken en alle handelingsopdrachten uit te voeren die tot het SE behoren voor de vakken waarin zij examen doen. De kandidaat dient zich voor alle onderdelen van het PTA te houden aan de in het PTA genoemde data en termijnen. Indien de kandidaat een onderdeel, vermeld in het PTA, niet tijdig heeft afgerond, kan hij niet toegelaten worden tot het Centraal Examen.
    7. Als een kandidaat wegens ziekte een toets niet kan maken of andere verplichtingen niet kan nakomen, stellen de ouders/verzorgers de directeur en/of examensecretaris vóór de toets op de hoogte van de ziekte. Indien de kandidaat meerderjarig is, kan de ziekmelding ook door hemzelf gebeuren met dien verstande dat de directeur en/of examensecretaris gerechtigd is in voorkomende gevallen inlichtingen in te winnen bij de ouders/verzorgers van de kandidaat. In alle gevallen wordt de ziekmelding binnen twee dagen schriftelijk bevestigd.
    8. Indien een kandidaat om dringende redenen anders dan ziekte meent een toets niet te kunnen maken of andere verplichtingen niet te kunnen nakomen, stellen de ouders/verzorgers in een zo vroeg mogelijk stadium de directeur en/of examensecretaris onder opgaaf van redenen hiervan schriftelijk in kennis. Indien de kandidaat meerderjarig is, kan deze melding ook door de kandidaat zelf geschieden, met dien verstande dat de afdelingsleider en/of examensecretaris gerechtigd is in voorkomende gevallen inlichtingen in te winnen bij de ouders/verzorgers van de kandidaat. De directeur beslist over de geldigheid van de reden(en).
    9. Het is de kandidaat niet toegestaan op enig moment dat hij verplichtingen op grond van het PTA en/of SE heeft een afspraak te maken waardoor hij die verplichtingen niet kan nakomen.
    10. Wanneer de examinator of surveillant constateert dat een kandidaat tijdens een toets afwezig is, stelt hij zo spoedig mogelijk de directeur en/of examensecretaris op de hoogte van deze absentie. In geval van absentie beslissen de directeur en/of examensecretaris over de te volgen gedragslijn. De examensecretaris maakt een verslag op van de gang van zaken rondom elke absentie bij een toets voor het SE. Indien een leerling afwezig is bij een voortgangstoets wordt alleen gelegenheid tot inhalen geboden als de leerling vooraf door de ouders ziek gemeld is of als de leerling toestemming tot verzuim gekregen heeft van de directeur. Inhalen dient plaats te vinden vóór de uiterlijke datum waarop het cijfer ingevoerd moet zijn in de examenadministratie.
    11. De examinator stelt de kandidaat binnen 10 schooldagen na afname van de theorietoets op de hoogte van het behaalde cijfer en rapporteert het cijfer in Magister.
    12. Bij elke beoordeling met een cijfer wordt van geen andere cijfers gebruik gemaakt dan van een cijfer tussen 1 en 10, afgerond op 1 cijfer achter de komma.
    13. Het eindcijfer van het SE voor een vak is een gewogen gemiddelde van de behaalde schoolexamencijfers. De wijze waarop dat gebeurt, staat in het PTA vermeld. Indien het gemiddelde een getal met twee of meer cijfers achter de komma is, wordt dit afgerond op een getal met één decimaal achter de komma, met dien verstande, dat als de tweede decimaal achter de komma 5 of meer is, de eerste decimaal achter de komma met één wordt verhoogd.
    14. Het VMBO heeft twee toetsweken en het HAVO heeft 3 toetsweken. In elke toetsweek mag een kandidaat maximaal een SE herkansen.
    15. Voor kandidaten van het VMBO worden de vakken CAV en LO met met een goed of voldoende beoordeeld. Voor kandidaten van het HAVO worden de vakken CAV en LO ook met een goed of voldoende beoordeeld
    16. THEORIETOETSEN
      1. Het PTA vermeldt welke theorietoetsen op welke wijze worden afgenomen, de maximale tijdsduur van de toetsen en welke theorietoetsen herkansbaar zijn. Voor alle theorietoetsen worden het moment van afname en de inhoud/stof minimaal 5 schooldagen van tevoren aan de kandidaat meegedeeld.
      2. De kandidaat mag geen papier of hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven meenemen in de ruimte van het (onderdeel van het) schoolexamen. De toegestane informatiedragers dienen schoon te zijn: ze bevatten geen aantekeningen of bijlagen.
      3. Tijdens toetsen zijn (smart)phones en andere digitale media verboden in het examenlokaal.
      4. Kandidaten mogen tijdens de zitting geen materialen lenen van en aan andere kandidaten.
      5. Kandidaten mogen tijdens de zitting niet hardop spreken of op enige wijze contact zoeken met andere kandidaten. De kandidaat die iets wil vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder.
      6. Als de directeur en/of examensecretaris heeft geconstateerd dat een kandidaat een mondelinge of schriftelijke theorietoets in strijd met dit reglement niet op het vastgestelde tijdstip heeft afgelegd, wordt voor het betreffende onderdeel het cijfer 1,0 toegekend.
      7. De kandidaat die te laat voor een schriftelijke theorietoets komt, kan tot ten hoogste 30 minuten na aanvang van de toets worden toegelaten. Deze kandidaat krijgt na afloop van de officiële toetstijd geen extra tijd om de toets af te maken. Een kandidaat die meer dan 30 minuten voor een schriftelijke theorietoets te laat komt, moet de toets inhalen op het inhaalmoment.
      8. Van de resultaten die de leerling heeft behaald voor de oorspronkelijke toets en de herkansingwordt het hoogste vastgesteld als definitieve score voor het betreffende onderdeel van het SE.
      9. Herkansingen zijn gebonden aan een periode. Het is niet mogelijk om herkansingen uit te stellen en door te schuiven (mee te nemen) naar een andere periode.
      10. Indien een kandidaat vanwege ernstige en/of langdurige ziekte aan meer dan één schriftelijke theorietoets niet heeft kunnen deelnemen, kan de directeur toestaan dat de kandidaat op afwijkende wijze getoetst wordt.
    17. PRAKTISCHE OPDRACHTEN
      1. Het PTA vermeldt op welke wijze praktische opdrachten uitgevoerd dienen te worden.
      2. De praktische opdracht dient uiterlijk op de daarvoor vastgestelde datum gepresenteerd te worden dan wel aan de vakdocent te worden overhandigd. Indien de vakdocent op die dag niet aanwezig is geeft de vaksectie/vakdocent of de sectorleiding aan hoe in dat geval gehandeld moet worden.
      3. Tenzij het PTA anders vermeldt, is herkansen van een praktische opdracht niet mogelijk.
    18. HANDELINGSOPDRACHTEN
      1. Het PTA vermeldt op welke wijze handelingsopdrachten uitgevoerd dienen te worden.
      2. Een handelingsopdracht dient uiterlijk op de daarvoor vastgestelde datum uitgevoerd te zijn. Indien de vakdocent op die dag niet aanwezig is geeft de vaksectie/vakdocent of de sectorleiding aan hoe in dat geval gehandeld moet worden.
      3. Indien een kandidaat in strijd met dit reglement een handelingsopdracht niet op tijd heeft uitgevoerd en/of het vereiste werk heeft ingeleverd, dient de handelingsopdracht en/of het bijbehorende werk op school na lestijd tot 15:00 uur te worden uitgevoerd.
    19. PROFIELWERKSTUK
      1. De profielwerkstukken worden beoordeeld door de begeleidende docent volgens het beoordelingsmodel.
      2. Het profielwerkstuk moet op het presentatiemoment ingeleverd worden. De datum daarvan wordt vermeld in het PTA.

    D. CENTRAAL EXAMEN

  13. TIJDVAKKEN CENTRAAL EXAMEN naar inhoudsopgave
    1. Het CE kent drie tijdvakken: het eerste, het tweede en het derde tijdvak.
    2. Het CE wordt afgenomen conform hoofdstuk I van het Eindexamenbesluit VO.BES

  14. REGELS OMTRENT HET CENTRAAL EXAMEN naar inhoudsopgave
    1. De directeur stelt de kandidaten op de hoogte van de data en tijden waarop de toetsen van het CE zullen plaatsvinden.
    2. De directeur stelt de leerlingen voor aanvang van het CE op de hoogte van het feit dat deelname aan het CE definitief is en dat gemaakt werk zijn geldigheid behoudt en niet kan worden vervangen door ander werk.
    3. De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het CE geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd.
    4. Tijdens een toets van het CE worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook aangaande de opgaven gedaan.
    5. De directeur draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het CE wordt uitgeoefend. Een ieder die door de directeur geschikt wordt geacht, kan daarmee worden belast.
    6. In iedere ruimte waar het CE wordt afgenomen zijn ten minste 2 toezichthouders aanwezig.
    7. Het is de toezichthouders niet toegestaan andere werkzaamheden te verrichten dan toezicht houden.
    8. Zij die toezicht hebben gehouden, maken een proces verbaal op. Zij leveren dit in bij de directeur. samen met het gemaakte examenwerk. Alle toezichthouders ondertekenen het proces verbaal.
    9. Het is de kandidaten niet toegestaan in de examenruimten over andere dan door de minister toegestane boeken, tabellen en hulpmiddelen te beschikken.
    10. Het is de kandidaten niet toegestaan examenwerk te maken met potlood, met uitzondering van het maken van eventuele tekeningen en het invullen van de antwoordformulieren voor de examens die uitsluitend uit meerkeuzevragen bestaan. Pennen dienen blauw- of zwartschrijvend te zijn.
    11. Het is de kandidaten niet toegestaan in de examenruimten gebruik te maken van correctievloeistoffen en/of -rollers en soortgelijke producten.
    12. Het is de kandidaten niet toegestaan op ander dan door de school verstrekt, gewaarmerkt papier te werken.
    13. Het is de kandidaat niet toegestaan zich van zijn plaats te verwijderen zonder toestemming van één van de toezichthouders.
    14. Een kandidaat die te laat komt voor een zitting van het CE, mag tot ten hoogste 30 minuten na aanvang van de toets tot die toets worden toegelaten, maar heeft geen recht op verlenging van de zittingsperiode.
    15. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding van een toezichthouder de examenruimte verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de directeur of de kandidaat na enige tijd het werk kan hervatten. Indien de kandidaat het werk na enige tijd hervat, kan de directeur besluiten de kandidaat de gemiste tijd aan het eind van de zitting als extra tijd toe te kennen. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, verzoekt de examensecretaris, zo mogelijk mede op grond van een medische verklaring, aan de inspecteur te beslissen dat het voor een deel gemaakte werk ongeldig is. Indien de inspecteur het werk ongeldig verklaart, mag de kandidaat in het tweede tijdvak opnieuw aan de zitting voor het desbetreffende vak deelnemen.
    16. De eerste 45 minuten en het laatste kwartier van de toets mogen de kandidaten de examenruimte niet verlaten.

  15. VERHINDERING CENTRAAL EXAMEN naar inhoudsopgave
    1. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak van het CE aanwezig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak van het CE de gelegenheid gegeven om zo veel mogelijk toetsen als wettelijk mogelijk is te voltooien.
    2. Indien een kandidaat in het tweede tijdvak eveneens verhinderd is of wanneer hij het CE in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien.

  16. DIGITALE EXAMENS naar inhoudsopgave
    1. Voor de digitale examens van het VMBO BB en KB gelden de volgende regels:
      1. Deze examens worden in het medialab afgenomen.
      2. De kandidaten moeten tenminste 20 minuten voor aanvangstijd van het examen op school aanwezig zijn.
      3. 10 minuten voor aanvangstijd worden de kandidaten toegelaten tot het medialab.
      4. Het is ten strengste verboden om het examenlokaal met een telefoon te betreden.
      5. In het medialab krijgen de kandidaten een computer toegewezen. Het is niet toegestaan om plaats te nemen bij een andere computer. Het examen wordt dan ongeldig verklaard.
      6. De surveillanten controleren of de kandidaten hebben plaatsgenomen bij de aangewezen computer.
      7. 5 min voor aanvangstijd wordt de inlogcode aan de kandidaten verstrekt.
      8. De afnameleider geeft aan wanneer de kandidaten mogen inloggen.
      9. Na het inloggen controleren de kandidaten of de persoonlijke gegevens correct zijn .Bij inlogproblemen geeft de afnameleider assistentie.
      10. De computers zijn d.m.v. tussenschotten afgeschermd. Het is dan verboden om die te verplaatsen of er overheen te kijken.
      11. Kandidaten mogen alleen met toestemming van de surveillanten opstaan.
      12. Bij eventuele problemen met de computer geeft de afnameleider aan welke computer beschikbaar is, waarna de kandidaat onder begeleiding van een surveillant zich naar de aangewezen computer begeeft en het examen hervat
      13. Als een kandidaat klaar is, steekt hij of zij zijn hand op. Een surveillant controleert of de kandidaat het examen heeft afgesloten, waarna de kandidaat met toestemming het lokaal mag verlaten.
      14. Kandidaten mogen na afloop van het examen geen aantekeningen (ook geen kladpapier) meenemen.

  17. BEOORDELING CE naar inhoudsopgave
    1. De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in een score, conform de beoordelingsnormen. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
    2. De directeur stuurt de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, naar het CvTE voor 2e correctie. In overleg met de 2e corrector van het CvTE bepaald de examinator de eindscore van de kandidaat.

  18. BEOORDELING CSPE naar inhoudsopgave
    1. De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het cspe van een eindexamen vmbo een examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de opgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast volgens daartoe door het College voor Toetsen en Examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor Examens. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor Examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
    2. Voor het cspe vmbo vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de opgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

    E. UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING

  19. EINDCIJFER EINDEXAMEN naar inhoudsopgave
    1. Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel getal uit de reeks 1 tot en met 10.
    2. De examinator bepaalt het eindcijfer voor een vak dat wordt afgesloten met een Centraal Examen op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het SE en het cijfer voor het CE. Is dit gemiddelde niet een geheel getal, dan wordt het, indien het getal achter de komma 49 of minder is, naar beneden afgerond en indien dit 50 of meer is, naar boven afgerond.
    3. Het eindcijfer van het SE voor een vak dat niet wordt afgesloten met een Centraal Examen is voor elk niveau het gewogen gemiddelde van de beoordeling van de afzonderlijke toetsen van dat niveau. Indien het gemiddelde een getal met twee cijfers achter de komma is dat 44 of lager is, wordt dit afgerond op het naastbij gelegen lagere hele getal. Indien het gemiddelde een getal met twee cijfers achter de komma is dat 45 of hoger is, wordt dit afgerond op het naastbij gelegen hogere hele getal.
    4. Voor kandidaten die het examen HAVO afleggen wordt het combinatiecijfer bepaald door het gemiddelde van de cijfers voor Maatschappijleer en voor het profielwerkstuk.

  20. VASTSTELLING UITSLAG naar inhoudsopgave
    1. De directeur en de examensecretaris stellen de uitslag vast met inachtneming van het bepaalde in artikel 37 van het Eindexamenbesluit VO BES.
    2. De directeur en de examensecretaris stellen uit alle eindcijfers van de vakken waarin de kandidaat examen heeft afgelegd een lijst op, zodanig dat de op deze lijst vermelde vakken een eindexamen vormen als bedoeld in het Eindexamenbesluit VO BES.

  21. UITSLAG VMBO naar inhoudsopgave

    Ref. Eindexamenbesluit VO BES

    1. De kandidaat die het eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
      1. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
      2. hij:
        1. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
        2. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of
        3. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald;
      3. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en
      4. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
    2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak.
    3. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
    4. In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 19 van de wet geslaagd indien:
      1. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;
      2. hij voor het profielvak als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; en
      3. hij als eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, 6 of meer heeft behaald.
      Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.

  22. HERKANSING VMBO naar inhoudsopgave
    1. De kandidaten die herkansen, ontvangen bij de bekendmaking van de uitslag een formulier waarop aangegeven moet worden of men al dan niet gebruik maakt van de herkansing. Dit formulier moet uiterlijk op een nader te bepalen datum worden ingeleverd bij de directie.
    2. Het recht op herkansing is er nu niet alleen voor de gezakte kandidaten die alsnog kunnen slagen, maar ook:
      • voor kandidaten die volgens de eerste uitslagbepaling al zijn geslaagd;
      • voor kandidaten met meer dan het minimum aantal vakken, die door weglating van een de vakken volgens de eerste uitslagbepaling al zijn geslaagd;
      • voor kandidaten die gezakt zijn en niet meer kunnen slagen voor hun eindexamen, maar nog wel een vrijstelling (7 of hoger) zouden kunnen bemachtigen. (Voor examens aan avondscholen en voor het Landsexamen)
    3. Wij hebben dus: herkansing in één (1) vak voor alle kandidaten die dit wensen, volgens vastgestelde procedure (geslaagd/gezakt).
    4. De gunstige uitslag telt; na de definitieve uitslag kunnen de officiële documenten als diploma’s, cijferlijsten en certificaten worden uitgereikt.
    5. Tenslotte: kandidaten met extra vakken krijgen eveneens de mogelijkheid om voor deze vakken in de herkansing een voldoende te bereiken. Eerst bij het bepalen van de definitieve uitslag kan zonodig een vak buiten beschouwing worden gelaten om te kunnen slagen.
    6. Herkansing CSPE

      ...nog niet gereed...

  23. UITSLAG HAVO naar inhoudsopgave

    Ref. Eindexamenbesluit VO BES

    1. De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
      1. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
      2. hij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor het andere vak dan wel vakken, genoemd in dit subonderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
      3. hij onverminderd onderdeel b:
        1. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
        2. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
        3. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of
        4. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
      4. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en
      5. hij voor het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
    2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming en het profielwerkstuk.
    3. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

  24. HERKANSING HAVO naar inhoudsopgave
    1. De kandidaten die herkansen, ontvangen bij de bekendmaking van de uitslag een formulier waarop aangegeven moet worden of men al dan niet gebruik maakt van de herkansing. Dit formulier moet op uiterlijk op een nader te bepalen datum ingeleverd te worden bij de directeur.
    2. Het recht op herkansing is er nu niet alleen voor de gezakte kandidaten die alsnog kunnen slagen, maar ook:
      • voor kandidaten die volgens de eerste uitslagbepaling al zijn geslaagd;
      • voor kandidaten met meer dan het minimum aantal vakken, die door weglating van een de vakken volgens de eerste uitslagbepaling al zijn geslaagd;
      • voor kandidaten die gezakt zijn en niet meer kunnen slagen voor hun eindexamen, maar nog wel een vrijstelling (7 of hoger) zouden kunnen bemachtigen. (Voor examens aan avondscholen en voor Landsexamen)
    3. Wij hebben dus: herkansing in één (1) vak voor alle kandidaten die dit wensen, volgens vastgestelde procedure (geslaagd/gezakt).
    4. De gunstige uitslag telt; na de definitieve uitslag kunnen de officiële documenten als diploma’s, cijferlijsten en certificaten worden uitgereikt.
    5. Tenslotte: kandidaten met extra vakken krijgen eveneens de mogelijkheid om voor deze vakken in de herkansing een voldoende te bereiken. Eerst bij het bepalen van de definitieve uitslag kan zonodig een vak buiten beschouwing worden gelaten om te kunnen slagen.

  25. AFWIJKENDE WIJZE VAN EXAMINEREN naar inhoudsopgave
    1. De directeur kan toestaan dat een kandidaat met een lichamelijke of geestelijke beperking het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk melding aan de inspectie.
    2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het vak Nederlandse taal en letterkunde of enig vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken van de voorschriften gegeven bij of krachtens het Eindexamenbesluit VO. Voor zover wordt afgeweken van de voorschriften wordt deze afwijking meegedeeld aan de inspectie. De afwijking kan voor zover het CE betreft slechts bestaan uit een verlenging van de duur van de toets van het CE met ten hoogste 30 minuten en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek van de Nederlandse taal.
    3. Het bevoegd gezag kan toestaan dat leerlingen met dyslexie of een verwante handicap voorzieningen krijgen bij onderdelen van het schoolexamen en het Centraal Examen. De voorziening kan voor zover het CE betreft slechts bestaan uit een verlenging van de duur van de toets van het CE met ten hoogste 30 minuten.

  26. BEWAREN SCHOOLEXAMEN- EN CENTRAAL EXAMENWERK naar inhoudsopgave
    1. Het werk van het SE en CE, evenals de antwoordmodellen en beoordelingsnormen van de kandidaten worden gedurende ten minste 6 maanden na vaststelling van de uitslag van het examen bewaard Het werk kan gedurende deze termijn ingezien worden door belanghebbenden, onder toezicht van de eindexamensecretaris. Het werk mag niet worden meegenomen of gefotokopieerd.
    2. Na het verstrijken van de bewaartermijn wordt het SE- en CE-werk van de kandidaten vernietigd, met uitzondering van door de kandidaten gemaakte praktische opdrachten (al dan niet vastgelegd op beeld- en/of geluidsdragers) en profielwerkstukken in het kader van het SE. Deze praktische opdrachten en profielwerkstukken vervallen aan het bevoegd gezag.

    F. OVERIGE BEPALINGEN

  27. OVERIGE BEPALINGEN naar inhoudsopgave
    1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de directeur in overleg met de inspectie.